Your Sparkly Self logo
Icon of an arrow pointing right

Sparkly Blog

< naar overzicht

07|2026

Patronen & familie

De laag daaronder

Image for De laag daaronder

Waarom ik na een bezoek aan mijn moeder altijd anders thuiskwam

Ik keek er altijd met spanning naar uit om mijn moeder te zien. Er was niet per se iets mis tussen ons, in elk geval niet zichtbaar. We hadden geen ruzies, geen conflicten die je zo zou kunnen aanwijzen. Aan de oppervlakte konden we prima met elkaar omgaan.

Ik woonde toen al jaren in Amsterdam, dus we zagen elkaar niet vaak. Die afstand had ik denk ik ook niet helemaal toevallig gekozen. Als we afspraken was dat vaak met een oudtante erbij, en pas daarna, met z'n tweeën nog een kopje koffie drinken. Maar dan wilde ze meestal alweer snel naar huis. Een excuus over het donker waarin ze niet meer wilde autorijden, of iets wat ze nog moest doen.

En ik bleef zitten met een vraag die ik nooit hardop stelde: was ik dan niet belangrijk genoeg? We hadden elkaar soms al een half jaar niet gezien. Waarom hield ze het dan zo kort?

Vragen, iets aankaarten, dat kon ik gewoon niet. Er zat iets onzichtbaars voor, een soort grens die ik niet over durfde. Ondertussen zat ik gevoelsmatig in een rol: de rol van de goede dochter. Me verantwoordelijk voelen voor hoe zij zich voelde, hoe het met haar ging, haar willen beschermen en daarom mezelf terugnemen. Ik was nooit helemaal ontspannen in haar bijzijn. Alsof er iets tussen ons in stond wat ik niet kon benoemen, laat staan uitspreken.

De autorit

Dit is me meerdere keren overkomen, niet alleen één keer. Na een bezoek zat ik dan in de auto, mijn man achter het stuur, de kinderen achterin. En dan overviel me iets waar ik nog steeds niet helemaal de juiste woorden voor heb. Een mengeling van ontevredenheid en chagrijn, gecombineerd met een innerlijke spanning die vrij snel kon oplopen zonder dat er iets concreets aan vooraf was gegaan.

Ik zei dan bijvoorbeeld iets over een reactie van haar, en mijn man zag het net anders. Of andersom. Soms leidde dat tot een kleine woordenwisseling. Een andere keer reageerde ik ineens fel op het verkeer, of paniekerig op hoe hij reed, terwijl er niks bijzonders aan de hand was. De spanning in de auto was dan soms zo dik dat je hem kon snijden.

Wat ik nu wel weet: die spanning kwam helemaal vanuit mij. Niet per se van wat er tijdens het bezoek was gebeurd, niet dat ik daar de vinger op had kunnen leggen of iets specifieks kon aanwijzen. En al helemaal niet van mijn man.

Wat mijn lichaam al wist

Pas later, toen ik met meer aandacht ging kijken naar wat ik voelde, begon ik de lagen daaronder beter te begrijpen.

Er was iets dat zij niet leek te kunnen geven en ik niet te kunnen vragen. Een stukje erkenning waar ik steeds weer naar zocht, en dat maar niet kwam. Er was ook een beklemmend gevoel in mij van de aandacht die ik wel kreeg, dat leek vaak over mijn grens te gaan. Dat liet een soort afstand achter, een lege ruimte tussen ons, en een knagend gevoel dat ik dan, zonder dat ik het doorhad, soms op iemand anders afreageerde. Ik was altijd enigszins op mijn hoede en niet helemaal mezelf.

Onder die laag zat iets ouders. Een oude wond. Een angst die al veel langer meeging: niet goed genoeg zijn, het niet waard zijn, afgewezen worden, alleen staan.

Al voor ik er iets van merkte

Achteraf kan ik ook zien: mijn lichaam wist dit allang voordat mijn hoofd reageerde. Al voor zo'n bezoek werd ik heel alert, licht nerveus. De spanning bouwde soms dagen van tevoren al op. Ik piekerde over hoe het zou gaan, stelde mezelf gerust — het zal wel meevallen, komt wel goed — en keek er stiekem al naar uit dat het weer voorbij zou zijn. Over het laatste voelde ik me vaak dan weer schuldig of ongemakkelijk in mezelf.

Het was niet zozeer wat er tijdens de ontmoeting gebeurde. Het was een oud gevoel van afwijzing dat nog steeds ergens in mij leefde, en de angst daarvoor, die op zulke momenten weer even wakker werd. Het was mijn grenzen niet kunnen aangeven tegenover haar. Dat zette me van binnen op slot. Mijn zenuwstelsel schakelde automatisch over naar een soort overlevingsstand, zonder dat ik daar enige controle over had of me er op dat moment bewust van was. En daarna sloeg het naar binnen: een afwijzing richting mezelf, waarbij ik mezelf onbewust de schuld gaf van iets wat ik niet eens onder woorden kon brengen.

Niet alleen bij mij

Je hoeft geen moeizame band met een ouder te hebben om dit te herkennen. Maar wellicht herken je het juist daarom heel goed. Misschien herken je het ook uit een ander contact, relatie of een bepaalde interactie met iemand, iets anders wat je altijd een beetje leeg of geprikkeld achterlaat.

Misschien herken je het gevoel wel na een bepaald telefoontje, of gesprek. Dat er een lading in je overblijft die te veel lijkt voor wat er eigenlijk is gebeurd. Dat je kortaf bent tegen je partner, ongeduldig met de kinderen, of ineens fel reageert op iets kleins — zonder dat je zelf snapt waarom. Of dat je je terug wilt trekken of alles even te veel voelt.

We proberen zoiets vaak te begrijpen met ons hoofd. Uitzoeken, het willen verklaren of oplossen, om het een volgende keer te voorkomen. Dat is een natuurlijk beschermingsmechanisme.

Wat me uiteindelijk hielp

Sommige dingen zijn niet logisch te verklaren en vanuit ons onderbewuste ook niet helemaal goed te zien. Uiteindelijk hielp me iets anders veel meer om bewuster om te gaan met mezelf: gewoon stilstaan bij wat er in mijn lichaam gebeurde en wat ik voelde. De signalen leren herkennen. Sneller merken wat er echt met mij aan de hand is, in plaats van het meteen te willen verklaren, goed te praten of erover heen te stappen.

Dat maakte me milder voor mezelf. Het gaf me ook meer empathie met mezelf en meer ruimte voor mijn eigen situatie en gevoel. Ook al was het soms lastig om naar bepaalde gevoelens te kijken, bracht het ook een vorm van rust. Ik leerde naar binnen kijken, mezelf, mijn gedrag en emoties beter begrijpen en beter voor mezelf te zorgen. En het leven werd er uiteindelijk lichter van — de verantwoordelijkheid ging zich herverdelen en lag ineens niet meer alleen bij mezelf. Ik leerde meer loslaten wat me belaste.

Herken jij dat gevoel dat je thuiskomt met een spanning die niet past bij wat er feitelijk gebeurd is?

Een moeizame familieband gaat zelden alleen over die ene relatie. Het kan maken dat je jezelf minder goed ziet, over je eigen grenzen heen stapt, of continu bezig bent met de ander in plaats van met jezelf. Vaak merk je dat je ook sneller onder spanning staat, zeker als er iets in je omgeving gebeurt op sociaal vlak, of als onrust of stress je net wat extra triggert. Die bagage vraagt om extra aandacht, juist om weer goed voor jezelf te kunnen zorgen.

Herken je dit, en wil je hier weleens over praten, of leren hoe je je grenzen beter kunt aangeven? Ik denk graag met je mee.

{foto credits: Jacki Drexler / unsplash}

< naar overzicht